Terug naar lesgeefpagina

Ontwikkelings kunde.

Voor een verdere verklaring ga ik even iets dieper in op de theorie van het leren:

Er zijn verschillende soorten vaardigheid:
Hoofdlijn weten: Het weten wat de hoofdlijn is, weten wat het doel is
Weten hoe: Het weten wat de meetpunten zijn . (=meer details)
Weten waarom: Het weten waarom dit de meetpunten zijn
Alternatieven weten: Meetpunten zelf bedenken (=alternatieven zien)
Het snel kunnen: het snel en ook onbewust kunnen

Er zijn verschillende soorten van onthouden:
Tijdelijk geheugen (0,5 tot hooguit 4 seconden)
Korte termijn geheugen (gefilterd tijdelijk geheugen)
semi permanent geheugen (hooguit 20 minuten)
permanent geheugen (blijvend)
Associatief (vergelijken met wat anders, de link zien naar, “ezelsbruggetjes”)

Er zijn verschillende vormen van bewust zijn:
Onbewust onvaardig =niet weten dat men iets niet kan
Bewust onvaardig =weten dat men iets niet kan
Bewust vaardig =het kunnen als men er goed bij nadenkt
Onbewust vaardig =het gewoon goed doen, zonder er echt bij na te hoeven denken (reflex)

Er zijn verschillende vormen van motivatie:
Het negatieve vermijdend (kan uitgesproken kritiek zijn, onzekerheid, pijn, angst)
Het positieve zoekend (kan complimentjes, scoren, verbeteringen zien, etc zijn)

Er zijn verschillende leertypes:
Visueel (ziet een plaatje, of film in gedachten) (het “oh, nu zie ik het” type)
Auditief (hoort het) het “Oh, nu hoor je de wind opkomen” type
Ervaren (moet het voelen/ervaren) (het “Oh, nu voel ik dat ze lekker loopt” type)
Reflectief (moet erover praten, het “ja, maar” type)

Er zijn verschillende manieren van aanpak:
Globaal (hoofdlijnen, doelgericht) “een overstag is met de neus door de wind gaan”
Synthetisch (alles opbouwen uit kleine aan elkaar geknoopte delen) bij een overstag ga je eerst hoog aan de wind varen met voldoende snelheid, vervolgens……”

Er zijn verschillende gradaties van sturing (=taakgericht gedrag):
Weinig sturing (“zoek eens uit hoe de boot stil te leggen” les)
Aandragend/suggestief (op welke koers komt de boot stil te liggen, voor de wind of in de wind?” les
Veel sturing, Alles vertellen ( “als je de boot in de wind legt door het roer van je af te doen totdat heel het zeil klappert, en dan het roer rechthoud kom je stil te liggen” les

Er zijn verschillende gradaties van ondersteuning (relatiegericht gedrag).
Veel ondersteuning (ik vond het heel goed van jou dat je het zo deed, want nu ligt de boot stil, dat was een goede keus)
Weinig ondersteuning (de boot ligt nu stil wat de opdracht was)
Geen ondersteuning (de volgende opdracht is..)

De vier leertypen (volgens Kolb)
De doener moet veel experimenteren en komt dan tot een oplossing.
de bezinner heeft een ervaring en gaat met deze ervaring bekijken wat er gebeurt is.
de denker bekijk het eerst vanuit de theorie en komt dan tot een stelling en uiteindelijk tot een oplossing
de beslisser gaat vanuit een abstract probleem uit en gaat hiermee experimenteren.

Een leerproces bestaat volgens Kolb uit 4 fases namelijk het:
abstract denken.
actief experimenteren.
concreet ervaren.
reflectieve observatie.
Voor een optimaal leerproces moet je alle processen doorlopen hebben.

In mijn manier van lesgeven probeer ik met al die zaken rekening te houden!


Terug naar de lesgeefpagina