Terug naar lesgeefpagina

VNIOE

Om goed les te geven vind ik dat je lesgeven als lesgever eerst overzichtelijk maken voor jezelf, Dus een duidelijke structuur voor jezelf aanbrengen in je les. Juist omdat je anders vaak de neiging krijgt om af te dwalen.

Ik gebruik in de zeilboot meestal het VNIOE model, en dat doen de meeste zeilscholen, alhoewel er wat kleine variaties zijn en het vaak ook net iets anders wordt genoemd.


VNIOE

  • V=Voorbereiden,=randvoorwaarden creëren voor je les en een doel stellen/plan maken.
  • N=Nivo inschatten, (en indien nodig je plan verfijnen).
  • I=Instrueren, (en indien nodig je plan bijstellen).
  • O=Oefenen, (en indien nodig je plan bijstellen).
  • E=Evalueren, en daarna afsluiten of opnieuw beginnen met voorbereiden.

  • Per les loop ik meestal meerdere keren dit model door.
    Dit zijn alle belangrijke stappen, dat betekent niet dat ze allemaal even lang hoeven te duren,

    Voorbereiden.

    Het voorbereiden en een plan bedenken hoort per definitie zo kort mogelijk te zijn, en vaak lukt dat alleen als je daar al wel ver van te voren aan had gedacht. Met een verkeerde voorbereiding wordt het echter nooit wat! Voorbeeld: je wil gaan oefenen met gijpen, maar je zit nu al vlak bij lagerwal.
    Als instructeur moet je dus ver vooruit denken om de randvoorwaarden goed te krijgen.
    Goed voorbereiden is ver vooruitzien!

    Nivo inschatten.

    Hierbij analyseer je de verbeterpunten van de cursist voor jezelf zodat je de juiste instructie geeft.
    Voorbeeld: iemand kan prima alle handelingen uitvoren die bij een gijp horen, maar als je zegt “vaar maar even naar die toren daar” maken ze een klapgijp. Het heeft dan dus weinig zin alle handelingen van de gijp te gaan uitleggen, het heeft dan meer zin om te gaan instrueren op het aan zien komen van een gijp. Vaak kun je de cursist het best vertellen wat er nu zo slecht gaat en waar je zo op gaat instrueren. (het doel mededelen dus). Dat zorgt ervoor dat je de focus van de cursist op hetzelfde krijgt als waar jij naar toe wil.
    Voorbeeld: zeg “jij kunt heel netjes gijpen, maar je ziet hem niet altijd aankomen. We gaan er aan werken dat je hem beter ziet aankomen.” Hiermee help je de cursist in de “bewust onvaardig” fase te krijgen. Vaak roept dit vragen op bij de cursist waardoor je automatisch doorgaat naar de instructiefase.

    Instructie

    Instrueren kun je op vele manieren doen. Het gaat erom dat de cursist uiteindelijk weet waar hij op moet letten, en daarmee zichzelf te kunnen beoordelen/verbeteren “bewust vaardig” dus. Vergeet de cursist dus niet te vertellen waar jij op let en wat belangrijk is.
    Bedenk ook dat er verschillende soorten vaardigheid zijn (Doel, Hoe, waarom, hoe anders, en snelheid/automatisme)

    Oefenen

    Oefenen doe je om ervoor te zorgen dat het vers geleerde ook werkelijk wordt onthouden.
    Oefenfase kort houden is het stomste wat je kunt doen. Als men niet met de stof oefent zal men het snel weer vergeten, en heb je voor niks geïnstrueerd. Leuke oefeningen bedenken is daarbij de vaak de uitdaging.
    Evalueren kun je ook doen aan de hand van wat je in de oefenfase gezien hebt.

    Evalueren

    Evalueren houd in dat je even verteld wat ze zojuist geleerd hebben en of dat is gelukt.
    Behalve vertellen kun je het vaak ondersteunen met laten zien, (testje dus) of voordoen.
    Vaak gaat hij vloeiend over naar de aansluitende les, toch raad ik aan om ook te laten merken dat het is afgesloten of niet.
    Voorbeeld: "Ik heb gezien dat jullie nu allemaal in de gaten hebben -wanneer jullie daar op letten- dat een gijp gebeurd wanneer je met de kont van het schip door de wind draait.
    Ik vind dat jullie dat ook moeten kunnen zonder er helemaal op te letten. Het moet dus nog wat geoefend worden.
    Daarnaast weten jullie nog niet hoe je het zeil beheerst over kunt krijgen in plaats van met die knallen nu.
    We stoppen nu dus met deze oefening en gaan werken aan het zeil beheerst overtrekken, waarbij ik ook oplet of je een gijp ziet aankomen.


    Planmatig Integreren van Meetpunten

    Omdat er 5 verschillende soorten vaardigheid zijn, probeer ik in een les vijf keer het VNIOE model door te lopen, zodat alle soorten vaardigheid aan bod zijn geweest.
    Daarbij wordt vaak een van die vijf sublesjes heel kort.
    Naar mijn mening is het beter om vijf korte lesjes te doen dan een grote.
    Dit omdat dan er lekker veel tempo inzit, en je alles presenteert in hapklare brokken.

    De vijf meetpunten van vaardigheid:
  • 1 Doel kennen, de hoofdlijn weten(het gaat om…, waar gaat het om? Wat is het doel van….?)
  • 2-Hoe, welke handelingenwerken (beoordelingscriteria) (ik let op…, waar denk je dat ik op let? De volgende stappen zijn te onderscheiden: )
  • 3-Waarom, dus weten waarom die handelingen. (ik let daarom op..., waarom denk je dat ik daarop let? Waarom doen we dat zo?)
  • 4-Hoe anders, dus Alternatieven bedenken. (het zou ook anders kunnen, Hoe zou het ook kunnen?, wanneer is het beter om..? Zou het ook kunnen door… waarom ging dat niet lekker)
  • 5-Snelheid en automatisch, dus het snel kunnen zonder er hard bij na te denken (kan het ook sneller?, kan je het ook terwijl je … doet?)

  • Die vijf meetpunten van vaardigheid in een les stoppen noem ik het Planmatig Integreren van Meetpunten.

    Situationeel lesgeven

    Daarnaast probeer ik mijn mate van vertellen wat ik verwacht/hoe het moet, en de mate van complimentjes geven aan te passen aan de behoefte om iedereen gemotiveerd te houden. In volgorde:
  • A Instrueren. Ik begin dus te vertellen wat de hoofdlijn is, of wat er moet gebeuren, of waarom, of de alternatieven, of of het sneller kan.
    Veel sturing en weinig ondersteuning dus.
    Als men dan interesse krijgt ga ik naar de volgende stap:
  • B verkopen Ik ga herhalen, en geef complimentjes als men iets goed doet.
    Veel sturing en veel ondersteuning dus.
    Als men weet globaal/wat/hoe/waarom/sneller iets moet gebeuren, maar nog wat onzeker is ga ik naar de volgende stap:
  • C ondersteunen ik geef alleen nog maar complimentjes, en stimuleer het juiste, en ga niet nog eens uitleggen wat en hoe en waarom.
    weinig sturing en veel ondersteuning dus.
    Als men dan zeker is van zichzelf ga ik naar de volgende stap:
  • D delegeren ik vertel niet meer hoe het moet, en geef ik geen complimentjes meer, en laat ik de cursist genieten van dat hij het gewoon kan.
    weinig sturing en weinig ondersteuning dus.

  • Dit zelfde verhaal in een plaatje:


    Aanpassen aan leertype

    Ook probeer ik informatie op verschillende manieren aan te bieden, Sterk afhankelijk van wat het best aanslaat bij de cursist
  • Visueel, dus tekenen, laten zien.
  • Ervaren, dus laten doen, laten voelen.
  • Auditief , dus vertellen, laten horen.
  • Reflectief, dus over discussiëren


  • In de praktijk is het helaas niet altijd mogelijk om alles zoals hierboven te doen, Toch moet het naar mijn mening wel een streven zijn.


    Terug naar de lesgeefpagina